Het jaar is net begonnen. De agenda voelt nog relatief leeg en goede voornemens zijn vers. Dit jaar ga ik het anders doen, neem ik me voor. Meer rust. Meer focus. Meer ruimte om bewust te kiezen in plaats van alleen maar te reageren.
En dan gaat het sneller dan ik lief is. Een mailtje dat “echt even nu” moet. Een appje tussendoor. Een overleg dat erbij komt, want het is belangrijk. Voor ik het weet, zit ik er weer middenin en volg ik de waan van de dag. Niet omdat ik daar bewust voor kies, maar omdat het zo gaat. Omdat dit inmiddels normaal is geworden.
Ik zie het overal. Bij leidinggevenden, bij teamleden en ook bij mezelf als ik niet oplet. We rennen van hot naar her en noemen dat betrokkenheid. Of verantwoordelijkheid. En als iemand vraagt hoe het gaat, zeggen we bijna automatisch: druk. Alsof dat de juiste, geaccepteerde reactie is.
Stress werkt meestal niet als een plotselinge crash. Het sluipt erin. Ik vergelijk het vaak met die bekende metafoor van de kikker in de pan. Gooi je een kikker in kokend water, dan springt hij er meteen uit. Zet je hem in koud water en draai je het vuur langzaam hoger, dan blijft hij zitten tot het te laat is.
Zo werkt stress ook. Ik kan prima tegen druk. Jij waarschijnlijk ook. Even aanzetten, even doorpakken, even op adrenaline werken. Dat gaat vaak verrassend goed. Het probleem ontstaat wanneer dat even structureel wordt. Wanneer de druk niet meer afneemt, maar steeds een beetje toeneemt. Maandenlang. Soms jarenlang.
Op een gegeven moment voelt die spanning gewoon normaal. En precies daar schuilt het risico.
Stress laat zich altijd zien, alleen niet bij iedereen op dezelfde manier. Ik deel die signalen meestal in vier categorieën in: gedrag, emotie, fysiek en cognitief. In gedrag zie ik bijvoorbeeld een korter lontje, meer terugtrekken of dingen half doen. Emotioneel kan iemand sneller geïrriteerd raken of juist vlakker worden. Fysiek uit stress zich vaak in vermoeidheid, slecht slapen of terugkerende hoofdpijn. Cognitief merk je het aan vergeetachtigheid, minder overzicht en moeite met beslissingen nemen.
Wat het ingewikkeld maakt, is dat degene die dit ervaart het vaak zelf als laatste doorheeft. Omdat het zo geleidelijk gaat. Omdat dit nieuwe niveau van spanning inmiddels voelt als de standaard. De omgeving ziet het eerder. Collega’s. Teamleden. Leidinggevenden.
Als ik merk dat iemand anders is dan normaal: afweziger, sneller geïrriteerd, minder scherp; dan is dat voor mij geen motivatieprobleem en geen kwestie van onwil. Dat zijn signalen. En die negeren, omdat het ongemakkelijk is om er iets van te zeggen, is uiteindelijk schadelijker dan het gesprek aangaan.
Dat geldt voor leidinggevenden, maar net zo goed voor collega’s onderling. Stress los je niet op met een goedbedoelde opmerking of een extra vrije dag. Het begint met aandacht. Met zien wat er gebeurt en dat benoemen, zonder oordeel.
Ik geloof niet in grote, rigoureuze veranderingen die niemand volhoudt. Wat wél werkt, zijn kleine, bewuste keuzes. Echte pauzes bijvoorbeeld. Niet je boterham achter je laptop of tijdens een overleg. Een pauze is echt even weg van je werkplek. Liefst naar buiten, maar ook gewoon even iets totaal anders doen. Je brein heeft die afwisseling nodig om goed te blijven functioneren. Dat is geen luxe, dat is basis. Neurowetenschappers zoals Erik Scherder onderstrepen dit al jaren.
Ook helpt het enorm om meldingen uit te zetten. We denken dat we goed kunnen schakelen, maar dat is een hardnekkige misvatting. Elke onderbreking kost energie en het duurt vaak tot twintig minuten voordat je weer echt op hetzelfde concentratieniveau zit. Alles aan laten staan voelt misschien efficiënt, maar is het tegenovergestelde.
Daarnaast werkt het rustgevend om dingen op te schrijven die je wilt onthouden. Alles wat in je hoofd blijft hangen, kost energie. Dat zijn open laatjes. Door ze op papier te zetten, sluit je ze. En stel per dag een beperkt aantal prioriteiten. Geen eindeloze to-do lijst, maar een paar dingen waarvan je weet: als deze gedaan zijn, is deze dag geslaagd.
Stress hoort bij werk en bij verantwoordelijkheid dragen. Het probleem is niet dat stress er is, maar dat we hem normaliseren en negeren. Tot het lichaam, het hoofd of het team op de rem trapt.
Daarom stel ik mezelf (en anderen) steeds weer dezelfde vragen: wat zie ik eigenlijk gebeuren? En wat vraagt dit nu van mij? Niet later. Niet als het rustiger wordt. Maar nu.
Dat is geen zwakte. Dat is leiderschap.
Stress gaat niet vanzelf over door nóg even door te zetten. Het verdwijnt ook niet door het te bagatelliseren of te hopen dat het volgende maand rustiger wordt. Als je merkt dat stress zich opstapelt, is hulp inschakelen geen teken van falen, maar van regie nemen. Tijdig bijsturen voorkomt uitval, gedoe en langdurige schade, voor jezelf én voor je team. En ja, dat kost tijd en aandacht, maar het alternatief kost altijd meer.
Op mijn pagina deel ik vaker inzichten over stress, leiderschap en teamdynamiek, en hoe je daar concreet invloed op houdt. Soms met kleine stappen, soms met begeleiding die net dat verschil maakt wanneer je er zelf niet meer uitkomt. Je hoeft dit niet alleen te doen.
Ik ben benieuwd: wat zijn jouw eerste signalen dat de spanning oploopt? Waar merk jij als eerste aan dat het te veel wordt: in je hoofd, je lijf, je gedrag of je emoties?
Stilstaan bij die vraag is geen vertraging.
Het is precies daar waar beweging begint.
Kijk hier voor meer informatie over begeleiding bij stress
Copyright: Jeanneke Bruning ©